Vertrouwen

Vorige week raak ik in de Efteling door een ongelukkige samenloop mijn kind kwijt. Ik sta soms verbaasd van mijn eigen kalmte op zo’n moment. Ik vertrouw er blijkbaar op dat we elkaar weer vinden. Maar na verloop van tijd werd het toch knap irritant. Lopen naar de ingang van het park. Doorgeven aan de beveiliging hoe hij er uit zag en vervolgens zoeken, zoeken, zoeken. De held zag mij gelukkig lopen en kwam huilend in mijn armen vallen. Op zo’n moment is de liefde voor mijn kind zo voelbaar en ook zo wederzijds. In de bootjes dan maar, om even bij te komen. Om vervolgens in het sprookjesbos toch ook weer een minuut of 10 te verdwijnen. Gelukkig, ook hij vertrouwt er op dat we elkaar weer zullen vinden.

De volgende dag mag ik een multidisciplinair overleg jeugd bijwonen. De zorgverleners zoeken met alle macht naar vertrouwde personen in het netwerk van kwetsbare kinderen om er toch maar voor te zorgen dat de kinderen hun vertrouwen in volwassenen weer terug kunnen krijgen.

Later in die week bezoek ik een instelling waar de kinderen veel minder vertrouwd zijn met degene die ze begeleidt. Het is opvallend hoe de sfeer omslaat wanneer de persoon in kwestie de ruimte binnenkomt.

Later die dag hoor ik het vreselijke nieuws uit Oss. Daar waar het vertrouwen van ouders en instellingen helemaal op elkaar waren afgestemd, gebeurt het ergste wat een ouder, een pedagogisch medewerker, een onderwijzer, brandweerman of agent, een zorgverlener kan overkomen. Het is niet te bevatten.

We vertrouwen ons meest kostbare bezit aan deze fantastische mensen toe. Je vraagt je toch af hoe het komt dat we deze mensen niet met veel meer respect en vertrouwen benaderen. Wij zouden deze mensen zowel financieel als moreel veel meer moeten omarmen zodat deze mensen ook in de toekomst voor dit vak blijven kiezen, want het is blijkbaar nogal wat “vertrouwen”.